| |
|
|
Niet-geautoriseerd gebruik van bedrijfsauto leidt niet zonder meer tot bijtelling voor auto van de zaak.
Datum: 25-4-2008
Hof Den Bosch heeft onlangs in een uitspraak beslist dat een eventueel niet-geautoriseerd en in strijd met de voorschriften van de vennootschap (zijnde de werkgever) gebruikmaken van personenauto’s die eigendom zijn van de vennootschap, niet zonder meer leidt tot een ter beschikking stellen van een personenauto. Het kan dus wel, maar het is geen wet van Meden en Perzen. Het hof kwam tot deze uitspraak in een procedure van een garagehouder en zijn echtgenote. Zij waren tezamen volledig eigenaar van een garagebedrijf met een dealerschap van enige automerken. In privé reden zij in hun privé-collectie oldtimers. Het bedrijf had het personeel, de garagehouder en zijn echtgenote geen auto’s ter beschikking gesteld. Er werden wel eens leen- en huurovereenkomsten gemaakt, maar daarbij waren geen kilometerstanden van auto’s genoteerd. Ook waren de overeenkomsten niet bewaard gebleven. Deze ingrediënten waren voor de inspecteur aanleiding om aan te nemen dat toch auto’s aan de garagehouder en zijn echtgenote ter beschikking waren gesteld in de zin van de bijtellingsregeling voor privé-gebruik auto van de zaak. Hij legde hen een reeks navorderingsaanslagen met boeten op. Het hof veegde deze van tafel. De inspecteur kon geen nader of ander bewijs aanvoeren voor zijn voetstoots aangenomen privé-gebruik.
Deskundigheidseis voor 30%-regeling niet vastgeprikt op werkervaring van minimaal 2,5 jaar.
Datum: 25-4-2008
Uit het buitenland aangetrokken werknemers komen onder voorwaarden in aanmerking voor een fiscale faciliteit, de zogeheten 30%-regeling. De betreffende werknemer moet dan op het moment dat hij van buiten Nederland in dienstbetrekking is genomen over specifieke deskundigheid beschikken die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of slechts schaars aanwezig is. Voor de beoordeling of een werknemer voldoet aan de eis van specifieke deskundigheid zijn (voor zover relevant) drie beoordelingspunten van belang: het niveau van de gevolgde opleiding, de voor de functie relevante ervaring en het beloningsniveau van zijn functie in Nederland vergeleken met het beloningsniveau in het land van herkomst. Hof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over het aspect relevante werkervaring. Het hof is van mening dat een werknemer niet altijd over minimaal 2,5 jaar relevante werkervaring moet beschikken. Deze termijn staat weliswaar genoemd in een ministerieel besluit, maar geldt daarbij als uitgangspunt dat een werknemer dan wordt geacht over de specifieke deskundigheid te beschikken. Een kortere werkervaring dan 2,5 jaar sluit specifieke deskundigheid echter niet uit.
EG-Hof van Justitie bevestigt toepassing btw-vrijstelling verzekeringen voor subagenten.
Datum: 25-4-2008
Op 4 april 2008 heeft het Europese Hof van Justitie arrest gewezen over de reikwijdte van de btw-vrijstelling voor handelingen inzake (her)verzekering en daarmee samenhangende diensten door assurantiemakelaars en -tussenpersonen. Het Europese Hof bevestigt dat deze btw-vrijstelling ook op de handelingen van sub-agenten van toepassing is.
Loonaangifte per 1 januari 2010 gestroomlijnd.
Datum: 24-4-2008
Werkgevers gaan straks op één manier loongegevens doorgeven aan de Belastingdienst: via de loonaangifte van de huidige maand. Dit heeft de ministerraad op 28 maart jongstleden besloten op voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris De Jager van Financiën. Correctieberichten voor betalingen achteraf over maanden die al verstreken zijn, vervallen per 1 januari 2010. Alle werkgevers moeten vanaf deze datum nabetalingen van loon aangeven in de loonaangifte van de huidige maand. Dit geldt ook voor fouten in eerdere loonaangiften binnen het jaar. Gevolg is dat de loonaangifteketen minder complex wordt, omdat er veel minder correcties doorgevoerd hoeven te worden.
Aftrekbaarheid btw op kosten niet-economische activiteiten beperkt
Datum: 26-3-2008
Op 13 maart 2008 heeft het Europese Hof van Justitie (EG-Hof) een arrest gewezen, dat belangrijke gevolgen kan hebben voor de aftrekbaarheid van btw op kosten die worden gemaakt door ondernemers die zowel economische activiteiten als niet-economische activiteiten (bijvoorbeeld als ‘niet-moeiende houdster’) verrichten. Het EG-Hof bepaalde in de Securenta-zaak dat de btw op dergelijke kosten slechts aftrekbaar is, voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteiten.
Volgende 5 nieuwsberichten
Overzicht
|
|
|
|